Van roze pillen tot blauwe doseringen: hoe geslacht medicatie beïnvloedt
Wist je dat mannen en vrouwen anders reageren op ziekten en medicijnen?
Dit komt zowel door biologische verschillen (sekse) als door maatschappelijke factoren (gender).
Een groot deel van onze kennis over ziekten, diagnoses en behandelingen is gebaseerd op de man als ‘standaardpatiënt’. Tot de jaren ’90 werden klinische studies bijna uitsluitend op mannen uitgevoerd, waardoor de effecten van veel geneesmiddelen, zoals bijvoorbeeld bètablokkers, bij vrouwen lange tijd onbekend bleven.
Pas sinds 1993 is het verplicht om vrouwen op te nemen in fase 3 klinische studies en de resultaten voor beide geslachten afzonderlijk te analyseren. Toch bestaan er nog steeds hiaten. Vrouwen worden minder vaak getest, en bij sommige aandoeningen – zoals een hartaanval – ervaren ze andere symptomen dan mannen, waardoor de diagnose vaker gemist wordt.
Biologische verschillen tussen mannen en vrouwen
Mannen en vrouwen verschillen op verschillende niveaus als het gaat om ziekteprogressie en medicijnwerking:
Lichaamsgrootte en anatomie: Vrouwen zijn gemiddeld kleiner en hebben een andere vet-spierverhouding dan mannen. Dit beïnvloedt hoe medicijnen worden opgenomen en afgebroken.
Hormoonbalans: Zowel mannen als vrouwen hebben testosteron en oestrogeen, maar in een andere verhouding. Dit beïnvloedt bijvoorbeeld de immuunrespons en stofwisseling.
Ziekteprogressie en medicijnwerking: Vrouwen hebben een adaptiever immuunsysteem en klaren virale infecties vaak sneller. Dit is bijvoorbeeld te zien bij griep: mannen ervaren de ziekte vaak als zwaarder dan vrouwen. Dit komt niet alleen door ziektebeleving (gender), maar ook door een biologische voorsprong van het vrouwelijk immuunsysteem.
Gender
Naast biologische verschillen speelt gender – de maatschappelijke rol die iemand krijgt toebedeeld op basis van sekse – ook een grote rol in gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan:
Levensstijl: Mannen en vrouwen verschillen in eetgewoonten, lichaamsbeweging en rookgedrag.
Stressbeleving: Vrouwen ervaren stress vaak anders dan mannen, wat effect heeft op de ontwikkeling van bepaalde ziekten zoals depressie of hart- en vaatziekten.
Hulpzoekend gedrag en therapietrouw: Vrouwen gaan gemiddeld sneller naar een dokter en volgen hun behandeling nauwkeuriger op dan mannen.
Door deze verschillen werken sommige medicijnen anders bij mannen en vrouwen. Een goed voorbeeld hiervan is het slaapmiddel zolpidem, dat in de VS in verschillende doseringen wordt voorgeschreven: 5 mg voor vrouwen en 10 mg voor mannen. Onderzoek toonde aan dat vrouwen die ’s avonds zolpidem innamen, de volgende ochtend vaker betrokken waren bij auto-ongelukken. Dit komt doordat het medicijn langer in hun lichaam blijft werken dan bij mannen, wat de alertheid bij het ontwaken kan verminderen.
Vrouwen lopen meer risico op bijwerkingen van medicatie
Niet alleen de effectiviteit van geneesmiddelen verschilt tussen mannen en vrouwen, maar ook de kans op bijwerkingen. Vrouwen belanden zelfs vaker in het ziekenhuis door ongewenste effecten van geneesmiddelen dan mannen. Enkele opvallende verschillen:
Diuretica en elektrolytstoornissen: Vrouwen lopen bijna drie keer zoveel risico op een tekort aan natrium door plaspillen, terwijl mannen juist vaker met ernstige bloedingen door bloedverdunners (anticoagulantia) worden opgenomen.
Digoxine-intoxicatie: Bij vrouwen komt een te hoge dosering van digoxine, een medicijn gebruikt bij hartfalen, vaker voor, wat kan leiden tot vergiftiging.
Bijwerkingen van ACE-remmers: Vrouwen krijgen vaker last van een prikkelhoest als bijwerking van ACE-remmers, een veelgebruikt medicijn tegen hoge bloeddruk.
De verschillen tussen mannen en vrouwen in hoe geneesmidelen werken en welke bijwerkingen ze veroorzaken, maken duidelijk dat een standaardbenadering niet altijd de juiste oplossing is. Gelukkig begint het besef steeds meer te groeien: medicatie moet beter worden afgestemd. Door meer aandacht te besteden aan sekse- en genderverschillen in medisch onderzoek en de dagelijkse praktijk, kunnen behandelingen niet alleen veiliger, maar ook effectiever worden.
Het resultaat? Een gezondheidszorg die écht werkt voor iedereen, op maat gemaakt voor de unieke behoeften van elk individu.